ECLI:NL:RVS:2026:2716
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke zaak
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is.
Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het griffierecht binnen vier weken na mededeling te zijn betaald. Appellanten zijn hierover meerdere malen geïnformeerd, onder meer bij brief van 24 maart 2026 en een aanmaning van 28 april 2026, waarin werd gesteld dat bij niet-betaling het hoger beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Appellanten hebben het griffierecht niet betaald en hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens niet-betaling van het griffierecht. Tevens wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 13 mei 2026 door voorzieningenrechter D.A. Verburg.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.