ECLI:NL:RVS:2026:2719

Raad van State

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
202504484/2/A3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.H. van den Biggelaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming zienswijze in hoger beroep over openbaarmaking Pride Leiden

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag over een gedeeltelijk ingewilligd verzoek tot openbaarmaking van stukken met betrekking tot het evenement Pride Leiden op 2 september 2023.

De burgemeester heeft een vertrouwelijke zienswijze van de korpschef overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak hiervan kennisneemt, omdat deze informatie betrekking heeft op niet-openbaar gemaakte stukken. Appellante betwist dat de zienswijze uitsluitend uit geweigerde informatie bestaat en stelt dat het niet delen van deze zienswijze haar procespositie schaadt.

De Afdeling heeft de zienswijze beoordeeld en geoordeeld dat deze vrijwel geheel informatie bevat over niet-openbaar gemaakte documenten. Verstrekking aan appellante zou vooruitlopen op de bodemprocedure en die procedure zinloos maken. Daarom is het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd en wordt dit toegewezen.

Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke zienswijze wordt toegewezen; alleen de Afdeling mag kennisnemen.

Uitspraak

202504484/2/A3.
Datum beslissing: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:
[appellante], wonend in Leiden,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2025 in zaak nr. 24/7099 in het geding tussen:
[appellante]
en
de burgemeester van Leiden.
Procesverloop
[appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 juni 2025 in zaak nr. 24/7099. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over het gedeeltelijk ingewilligde verzoek van [appellante] om openbaarmaking van stukken over - kort samengevat - het evenement Pride Leiden op 2 september 2023.
De burgemeester heeft de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft de zienswijze van de korpschef op het verzoek om openbaarmaking van [appellante].
[appellante] heeft een reactie gegeven.
Overwegingen
1.       De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van deze zienswijze kennis zal nemen. Volgens de burgemeester bevat de zienswijze informatie over de inhoud van stukken waarvan de openbaarmaking is geweigerd.
2.       [appellante] betwist dat de zienswijze uitsluitend bestaat uit informatie die is geweigerd. Door de zienswijze niet met haar te delen wordt zij in haar procespositie geschaad.
3.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4.       De Afdeling heeft de zienswijze gelezen. Zij stelt vast dat die vrijwel geheel informatie bevat over de inhoud van de (delen van de) documenten die de burgemeester niet openbaar heeft gemaakt. De vraag of de burgemeester de zienswijze wel of niet had moeten geven aan [appellante] staat ook ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Daarom al kan deze informatie niet gedurende de loop van de procedure aan [appellante] worden verstrekt. Met verstrekking zou namelijk worden vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure; die procedure zou door de verstrekking in zoverre zinloos worden.
5.       De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Van den Biggelaar
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
290