Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2747

Raad van State

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
13 mei 2026
Zaaknummer
202406651/1/R1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Gundelach
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1 WaboArt. 2.12 WaboArt. 4 Besluit omgevingsrechtArt. 4.3 Invoeringswet OmgevingswetArt. 3.9 Wabo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij tijdelijke omgevingsvergunning Amsterdam Open Air festival

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 11 mei 2023 een tijdelijke omgevingsvergunning aan Amsterdam Open Air B.V. voor het houden van het Amsterdam Open Air festival 2023 in het Gaasperpark op 3 en 4 juni 2023. Deze vergunning betrof een afwijking van het bestemmingsplan "Gaasperdam" en werd verleend op grond van de Wabo.

Appellant, wonende nabij het Gaasperpark, maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die het beroep op 26 september 2024 ongegrond verklaarde. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling beoordeelde eerst of appellant nog procesbelang had bij het hoger beroep. Gezien het feit dat de vergunning voor het evenement inmiddels was verlopen en het evenement in 2025 niet meer zal worden georganiseerd, oordeelde de Afdeling dat appellant geen belang meer had bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Ook de verwijzing naar een ander festival was onvoldoende om procesbelang aan te nemen.

Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

202406651/1/R1.
Datum uitspraak: 13 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Amsterdam,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 september 2024 in zaak nr. 24/1582 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Procesverloop
Bij besluit van 11 mei 2023 heeft het college aan Amsterdam Open Air B.V. een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het evenement "Amsterdam Open Air festival 2023" in het Gaasperpark op 3 en 4 juni 2023.
Bij besluit van 25 januari 2024 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 september 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college en Amsterdam Open Air hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 maart 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. M. van Looij en mr. S. Bonnet, zijn verschenen. Ook is op de zitting Amsterdam Open Air, vertegenwoordigd door mr. J.M. Poortvliet, advocaat in Amsterdam, gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 10 februari 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2.       Amsterdam Open Air is een evenement dat jaarlijks plaatsvond in het Gaasperpark in Amsterdam. Het evenement is in strijd met het geldende bestemmingsplan "Gaasperdam". Om dit evenement mogelijk te maken, heeft het college een omgevingsvergunning verleend. Het gaat om een tijdelijke omgevingsvergunning voor de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. De omgevingsvergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2o, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
[appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. Zij woont in de nabijheid van het Gaasperpark aan de [locatie] in Amsterdam en is het om meerdere redenen niet eens met de vergunning. Het college heeft haar bezwaar bij besluit van 25 januari 2024 ongegrond verklaard.
[appellant] heeft hiertegen beroep ingesteld. Haar beroep is door de rechtbank ongegrond verklaard. Zij heeft vervolgens tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
Belang bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep
3.       Voordat de Afdeling aan de inhoud van het hoger beroep van [appellant] kan toekomen, moet zij beoordelen of er nog procesbelang bestaat.
Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.
De geldingsduur van de vergunning voor het evenement "Amsterdam Open Air festival 2023" is inmiddels verstreken. Dit betekent dat [appellant] in beginsel geen belang meer heeft bij de behandeling van haar rechtsmiddel. Dit kan anders zijn als een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de verleende vergunning kan worden betrokken bij te verwachten toekomstige aanvragen voor een vergunning en de toetsing daarvan.
In dit geval is dat belang er niet, omdat Amsterdam Open Air in de brief van 5 februari 2026 heeft vermeld en ook op de zitting bij de Afdeling heeft verklaard dat het evenement in 2025 voor het laatst is georganiseerd. De Afdeling begrijpt deze verklaring zo dat het evenement in de toekomst niet meer zal worden georganiseerd. Wat [appellant] heeft aangevoerd over het evenement Reggae Lake Festival, is onvoldoende om aan te nemen dat zij belang heeft bij de inhoudelijke beoordeling van dit hoger beroep. Omdat er geen procesbelang (meer) bestaat, is het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Conclusie
4.       Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Denters, griffier.
w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Denters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2026
672-1124