ECLI:NL:RVS:2026:276
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na beroep
Appellant is op 28 november 2025 in bewaring gesteld door de minister van Asiel en Migratie. Hiertegen heeft appellant beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 22 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die beantwoording behoeven in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
De Afdeling ziet geen reden om het besluit tot bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.