ECLI:NL:RVS:2026:277
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister na afwijzing rechtbank
Appellant is op 24 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen maakte appellant bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 9 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overweegt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat het oordeel van de rechtbank wordt overgenomen zonder nadere motivering.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bewaring van appellant door de minister wordt bevestigd als rechtmatig en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.