ECLI:NL:RVS:2026:2794
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Wijziging persoonsgegevens in basisregistratie personen toegewezen na toetsing Turkse documenten
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, omdat hij stelt dat hij en zijn gezin bij aankomst in Nederland een valse identiteit hebben aangenomen. Het college wees dit verzoek af, omdat het twijfelde aan de authenticiteit en de procedure van de identiteitsvaststelling in Turkije. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het toetsingskader uit een eerdere overzichtsuitspraak toegepast. De Afdeling oordeelde dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat voorafgaand aan de afgifte van het Turkse paspoort van 31 januari 2020 geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden. De getuigenverklaringen en het proces-verbaal van identiteitsvaststelling werden als voldoende betrouwbaar beoordeeld, ondanks dat de getuigen familieleden zijn.
Daarnaast bevestigde een verwantschapsonderzoek en een gezichtsvergelijkend onderzoek met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat appellant en de persoon in de Turkse documenten dezelfde zijn. De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank en beval het college om binnen vier weken de persoonsgegevens in de brp te wijzigen conform de Turkse documenten. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het college is opgedragen de persoonsgegevens in de basisregistratie personen te wijzigen conform de Turkse documenten.