ECLI:NL:RVS:2026:2810
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- V.V. Essenburg
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeagerisico's in Afghanistan
Appellant, van Afghaanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 augustus 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vanwege zijn tatoeages een reëel risico op ernstige schade liep bij terugkeer naar Afghanistan.
In hoger beroep stelde appellant dat tatoeages in Afghanistan, vooral onder het Taliban-regime, kunnen leiden tot ernstige risico's zoals gevangenisstraf, afranselingen en zelfs de dood. Hij overlegde aanvullende bronnen, waaronder een artikel van Radio France Internationale en een brief van Vluchtelingenwerk Nederland, die deze risico's onderbouwen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom deze nieuwe informatie niet tot een ander oordeel zou leiden. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval een hernieuwde beoordeling van de asielaanvraag met inachtneming van de aangevoerde informatie over tatoeages.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De overige grieven over de relatie en afvalligheid van appellant werden niet inhoudelijk behandeld wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de risico's vanwege tatoeages.