ECLI:NL:RVS:2026:2822
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 12 juni 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 14 oktober 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat uit de landeninformatie over Iran een eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. Hierdoor kon de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling vernietigde tevens het besluit van de minister en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Verder werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Verdere inhoudelijke bespreking van andere beroepsgronden was niet nodig.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag is vernietigd en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.