ECLI:NL:RVS:2026:284
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep visum kort verblijf
Appellanten hebben bij besluiten van 1 augustus 2023 een visum voor kort verblijf aangevraagd, welke door de minister zijn afgewezen. Hiertegen maakten zij bezwaar dat op 30 augustus 2024 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde bij uitspraken van 3 april 2025 de beroepen van appellanten ongegrond. Appellanten stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat het gaat om een visum voor een verblijf van 90 dagen of minder, waartegen op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep openstaat. Het betoog van appellanten dat het hoger beroep wel mogelijk is tegen het oordeel over de dwangsom wordt verworpen, omdat dit oordeel afhankelijk is van het oordeel over het visum en daarmee ook onder het appelverbod valt.
De Afdeling stelt vast dat er geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces die het appelverbod zou kunnen doorbreken. Daarom verklaart de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de afwijzing van het visum voor kort verblijf.