Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2840

Raad van State

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
202600038/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot anoniem procederen en beperkte kennisneming in hoger beroep over openbaarmaking Woo-documenten

Stichting Een Dier Een Vriend verzocht de minister op grond van de Wet open overheid (Woo) om openbaarmaking van inspectiedocumenten over het slachten van drachtige koeien in 2018-2022. De minister besloot tot uitgestelde openbaarmaking, waarbij ook documenten van agrarische ondernemingen (Partijen A tot en met E) betrokken waren.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat het beroep van deze partijen alleen gegrond was voor documenten buiten de Woo-periode. De minister ging hiertegen in hoger beroep. Partijen A tot en met E vroegen om anoniem te mogen procederen en om beperkte kennisneming van hun bedrijfsgegevens, om te voorkomen dat de Stichting hun identiteit zou achterhalen.

De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het belang van gelijke informatievoorziening en zorgvuldige rechtsgang moet worden afgewogen tegen het belang van bescherming van bedrijfsgegevens. Zij besloot dat partijen zich mogen aanduiden als 'de agrarische onderneming respectievelijk de vennoten daarvan' en dat een gepseudonimiseerde versie van stukken aan andere partijen wordt verstrekt.

Het verzoek om anoniem procederen en beperkte kennisneming werd toegewezen. De beslissing over de openbaarheid van de zitting wordt aan de zittingskamer overgelaten. Hiermee wordt de rechtsbescherming van de partijen gewaarborgd zonder onomkeerbare openbaarmaking van hun gegevens voorafgaand aan de bodemprocedure.

Uitkomst: De Afdeling staat toe dat partijen anoniem procederen en beperkt kennisnemen van vertrouwelijke stukken in hoger beroep over openbaarmaking Woo-documenten.

Uitspraak

202600038/2/A3.
Datum beslissing: 20 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 25 november 2025 in zaken nrs. 25/2267 en 25/2274 in het geding tussen:
Partijen A tot en met E,
en
de minister.
Procesverloop
De minister heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland­West­Brabant van 25 november 2025 in zaken nrs. 25/2267 en 25/2274.
Partijen A tot en met E hebben de vertrouwelijke versie van één gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.
Het betreft de schriftelijke uiteenzetting op het hoger beroep van de minister en het voorwaardelijke hoger beroepschrift van Partijen A tot en met E.
Overwegingen
Inleiding
1.       Stichting Een Dier Een Vriend (de Stichting) heeft aan de minister gevraagd om op grond van de Wet open overheid (Woo) alle documenten openbaar te maken van de inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit over het slachten van drachtige koeien in de jaren 2018 tot en met 2022. De minister heeft dat verzoek toegewezen en besloten de documenten uitgesteld openbaar te maken. Onder deze documenten bevinden zich documenten die zien op de onderneming van Partijen A tot en met E.
2.       De rechtbank heeft het beroep van Partijen A tot en met E alleen gegrond verklaard voor zover dat gaat over de openbaarmaking van documenten buiten de periode waarop het Woo-verzoek ziet. De minister is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Verzoek
3.       Partijen A tot en met E hebben een schriftelijke reactie ingediend. Daarin hebben zij ook gevraagd om anoniem te mogen procederen. Volgens hen zijn er gewichtige redenen waardoor alleen de Afdeling kennis mag nemen van de (bedrijfs)naam, adresgegevens, zogenoemde Identificatie & Registratiegegevens, Bedrijfs- en Relatiesysteemnummer en Uniek Bedrijfsnummer. De reden daarvoor is om te voorkomen dat de Stichting bekend wordt met die gegevens.
Daarnaast verzoeken Partijen A tot en met E om de zitting niet in openbaarheid te laten plaatsvinden.
Beoordeling door de Afdeling
4.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
Anonimiseren van de stukken
5.       De Afdeling heeft kennis genomen van de vertrouwelijke versie van het stuk. Zij stelt vast dat de gegevens van de Partijen A tot en met E onderwerp zijn van het verzoek om openbaarmaking. Partijen A tot en met E verzoeken alleen om in de schriftelijke stukken die zij indienen bij de Afdeling de gegevens te mogen anonimiseren. Zonder hun gegevens in de schriftelijke reactie en andere stukken kunnen zij niet als partij aan de procedure deelnemen. De vraag of de gegevens van Partijen A tot en met E openbaar moeten worden gemaakt is nog onderwerp in het geschil in de bodemprocedure. Hun rechtsbescherming als partij tegen de hen onwelgevallige uitspraak van de rechtbank zou onaanvaardbaar worden beperkt als zij vooruitlopend op dat oordeel met de hun direct identificeerbare gegevens als procespartij worden vermeld. Afwijzing van het verzoek om zonder bekendmaking van hun gegevens te procederen heeft onomkeerbare gevolgen omdat die gegevens dan nu al kenbaar zouden worden bij de Stichting. Daardoor zou de uiteindelijke beoordeling in de bodemprocedure zinloos worden.
6.       De Afdeling bepaalt dat Partijen A tot en met E zichzelf mogen aanduiden met ‘de agrarische onderneming respectievelijk de vennoten daarvan’. De Afdeling verwacht van de andere partijen in deze zaak dat zij ook deze benaming voor Partijen A tot en met E hanteren.
Verder bepaalt de Afdeling dat Partijen A tot en met E zelf naast de vertrouwelijke versie een gepseudonimiseerde versie van hun stukken aan de Afdeling overleggen zodat de Afdeling die kan doorsturen naar de andere partijen in deze zaak.
Zitting achter gesloten deuren
7.       Het is aan de zittingskamer die het hoger beroep behandelt om te beslissen of de behandeling op de zitting in het openbaar zal plaatsvinden of achter gesloten deuren. De geheimhoudingskamer laat dat deel van het verzoek daarom buiten beschouwing.
8.       De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. N.H. van den Biggelaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Van Tuyll van Serooskerken
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026
290