ECLI:NL:RVS:2026:2882
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing terrasvergunning op parkeervak wegens hoge parkeerdruk
De zaak betreft een hoger beroep van een exploitant van een horecagelegenheid in Amsterdam tegen de afwijzing van een aanvraag voor een terrasvergunning op een parkeervak tegenover het café.
De burgemeester wees de aanvraag af omdat het parkeervak behouden moet blijven vanwege de hoge parkeerdruk in het stadsdeel. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester terecht de aanvraag heeft getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 en het Terrassenbeleid 2011 en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen sprake was van gelijke gevallen.
De appellant stelde dat de belangenafweging onvoldoende was gemaakt en dat het terras essentieel is voor het bedrijf. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de burgemeester beleidsruimte heeft om de parkeerplaats te behouden en dat dit belang zwaarder weegt dan het belang van de appellant.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de terrasvergunning wordt bevestigd.