ECLI:NL:RVS:2026:2909
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief over beëindiging extra inzet woningbemiddeling
Appellante heeft een urgentieverklaring voor eenmalig bemiddelingsaanbod ontvangen bij besluit van 8 april 2021. De gemeente verlengde de extra inspanningen om een passende woning te vinden met drie maanden via een brief van 18 juli 2023, waarna deze inspanningen zouden worden gestaakt. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb is.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de brief geen rechtsgevolg heeft en de rechten van appellante niet wijzigt. In hoger beroep betoogde appellante dat de brief wel een besluit is omdat het de inzet van de gemeente beëindigt en daarmee een recht tenietdoet.
De Afdeling stelt vast dat de brief slechts een mededeling is over het beëindigen van extra, niet-verplichte inzet, zonder wijziging van het recht op een eenmalig woningaanbod. De brief is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.