ECLI:NL:RVS:2026:2924
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang na afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 1 oktober 2025 is afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 21 april 2026 ongegrond verklaard. Verzoeker is hiertegen in hoger beroep gegaan en heeft tevens een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat, omdat de noodzakelijke stukken voor de beoordeling van het hoger beroep nog niet zijn ontvangen, het passend is een voorlopige voorziening te treffen. Deze voorziening houdt in dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Daarnaast is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, een bedrag van € 934,00, dat geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De voorzieningenrechter wijst erop dat deze voorlopige voorziening ambtshalve kan worden gewijzigd of opgeheven voordat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.