ECLI:NL:RVS:2026:2939
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J. Daalder
- C.J. Borman
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oordeel TIB over rechtmatigheid ministeriële toestemming inzet hackbevoegdheid MIVD
De minister van Defensie verleende op 19 december 2025 toestemming voor de inzet van de hackbevoegdheid door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) voor een periode van drie maanden, gericht op een specifieke operatie tegen een organisatie. De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) oordeelde op 30 januari 2026 dat deze toestemming niet rechtmatig was verleend vanwege onvoldoende motivering en onduidelijkheid over de proportionaliteit en gerichtheid van de inzet, met name over de vraag of de hack gericht was op de organisatie of ook op individuele leden.
De minister stelde beroep in tegen dit oordeel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de TIB ten onrechte onderscheid maakte tussen de geautomatiseerde werken van de organisatie en die van individuele leden, aangezien e-mailboxen deel uitmaken van de servers van de organisatie en geen separate geautomatiseerde werken zijn. Ook is het volgens de Afdeling niet vereist dat de opbrengst van de hack op het niveau van individuele leden wordt gespecificeerd.
De Afdeling vernietigde het oordeel van de TIB en verklaarde het beroep van de minister gegrond. Omdat de periode waarvoor toestemming was verleend inmiddels was verstreken en de bevoegdheid niet was uitgeoefend, werd het niet zinvol geacht zelf in de zaak te voorzien. De Afdeling gaf tevens nadere overwegingen voor toekomstige verzoeken om verlenging van de inzet van de hackbevoegdheid.
Uitkomst: Het beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het oordeel van de TIB vernietigd wegens onjuiste beoordeling van de rechtmatigheid van de toestemming.