ECLI:NL:RVS:2026:2940
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.J. Daalder
- C.J. Borman
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging oordeel TIB over rechtmatigheid ministeriële toestemming inzet hackbevoegdheid MIVD
De minister van Defensie verleende op 19 december 2025 toestemming voor de inzet van de hackbevoegdheid door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) voor een periode van drie maanden, gericht op een operatie tegen een specifieke organisatie. De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) oordeelde op 2 februari 2026 dat deze toestemming niet rechtmatig was verleend vanwege het ontbreken van specificaties over de inzet op individuele leden van de organisatie en onvoldoende onderbouwing van proportionaliteit en gerichtheid.
De minister stelde beroep in tegen dit oordeel en voerde aan dat de TIB ten onrechte onderscheid maakte tussen hacken van de servers van de organisatie en de e-mailboxen van individuele leden, terwijl de e-mailboxen deel uitmaken van de servers en geen aparte geautomatiseerde werken zijn. Tevens stelde de minister dat de opbrengstomschrijving op individueel niveau niet vereist is.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het begrip 'geautomatiseerd werk' in de Wiv 2017 aansluit bij de definitie in artikel 80 sexies Pro van het Wetboek van Strafrecht, waarbij fysieke apparaten zoals servers centraal staan en niet de gegevens zoals e-mailboxen. De TIB heeft onterecht geoordeeld dat er sprake was van aparte hackoperaties op individuele leden. Ook is de eis van een opbrengstomschrijving op individueel niveau niet wettelijk voorgeschreven. De Afdeling verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het oordeel van de TIB. Omdat de periode van toestemming inmiddels was verstreken en de bevoegdheid niet was uitgeoefend, werd niet zelf in de zaak voorzien maar werd de TIB opgedragen een nieuw oordeel te geven bij een eventueel nieuw verzoek.
Uitkomst: Het beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het oordeel van de TIB vernietigd wegens onjuiste interpretatie van het begrip geautomatiseerd werk en ontereiste eisen aan opbrengstomschrijving.