ECLI:NL:RVS:2026:2942
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering rechtbankuitspraak inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 april 2025 besluiten genomen waarbij de aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. Tegen deze besluiten hebben betrokkenen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen. Op 10 april 2026 heeft de rechtbank deze beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft overwogen dat de beoordeling van het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening niet geschikt is voor een inhoudelijke beoordeling.
Gelet op de belangen van beide partijen heeft de voorzieningenrechter besloten dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. Tevens is bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.