Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:2949

Raad van State

Datum uitspraak
22 mei 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
BRS.26.002480
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 23 maart 2026 niet in behandeling is genomen. Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 7 mei 2026 ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de voorlopige voorziening passend is.

De voorzieningenrechter bepaalde dat verzoeker niet wordt overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet overgedragen totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

BRS.26.002480
Datum uitspraak: 22 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 7 mei 2026 in zaak nr. NL26.16419 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 7 mei 2026 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.        Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet wordt overgedragen voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.        Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt overgedragen, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;
II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.C. Stoové, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.A. de Jong, griffier.
w.g. Stoové
voorzieningenrechter
w.g. de Jong
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 mei 2026
981