ECLI:NL:RVS:2026:295

Raad van State

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
202506128/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen besluit tot inreisverbod

Op 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een besluit genomen waarbij betrokkene werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, vergezeld van een inreisverbod. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 11 december 2025 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De minister van Asiel en Migratie heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan op dit verzoek. In de overwegingen van de voorzieningenrechter werd vastgesteld dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die op € 934,00 zijn vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door mr. J.C.A. de Poorter, in tegenwoordigheid van mr. N.R. van Ark, griffier.

Uitspraak

202506128/2/V1.
Datum uitspraak: 16 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 december 2025 in zaak nr. 24/1433 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.
Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
2.       Uit het verzoek blijkt niet van een spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
3.       De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        wijst het verzoek af;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.R. van Ark, griffier.
w.g. De Poorter
voorzieningenrechter
w.g. Van Ark
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2026
861