ECLI:NL:RVS:2026:295
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in hoger beroep tegen besluit tot inreisverbod
Op 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een besluit genomen waarbij betrokkene werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, vergezeld van een inreisverbod. Betrokkene heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die op 11 december 2025 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde. De minister van Asiel en Migratie heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 januari 2026 uitspraak gedaan op dit verzoek. In de overwegingen van de voorzieningenrechter werd vastgesteld dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van de voorlopige voorziening. Het verzoek werd afgewezen, en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene, die op € 934,00 zijn vastgesteld, geheel toe te rekenen aan beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door mr. J.C.A. de Poorter, in tegenwoordigheid van mr. N.R. van Ark, griffier.