ECLI:NL:RVS:2026:2960
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 26 mei 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen nader onderzoek heeft verricht naar de situatie van afvalligen en atheïsten in Iran, terwijl uit recente landeninformatie blijkt dat hierover geen eenduidig beeld bestaat. Hierdoor kon de minister zich niet zonder meer op het standpunt stellen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de minister. De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.