ECLI:NL:RVS:2026:2966
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 27 november 2025 de aanvraag van betrokkene voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 15 april 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor een voorlopige voorziening daarvoor geschikt is. Gezien de belangen van de minister werd de voorlopige voorziening toegekend, zodat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling heeft beslist over het hoger beroep. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.