ECLI:NL:RVS:2026:2978
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 9 februari 2026 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 april 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor de voorlopige voorziening niet geschikt is om het hoger beroep te vervangen. Gezien de belangen van beide partijen werd besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 28 mei 2026 door mr. J.C.A. de Poorter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.