ECLI:NL:RVS:2026:2983
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wijziging beperking verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd
Appellant heeft bij besluit van 14 november 2024 verzocht om wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees dit verzoek af. Vervolgens verklaarde de minister het bezwaar van appellant ongegrond bij besluit van 20 januari 2025. De rechtbank Den Haag bevestigde bij uitspraak van 25 augustus 2025 deze afwijzing en verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. Het hogerberoepschrift bevat geen nieuwe vragen die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken, noch vragen over Unierecht.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 29 mei 2026.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.