ECLI:NL:RVS:2026:2994
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 9 juli 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 24 september 2025. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de minister de asielaanvraag terecht als opvolgende aanvraag had aangemerkt en dat het eerste voornemen zonder nadere motivering kon worden ingetrokken. Verder werd vastgesteld dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten, waardoor de minister niet zonder nader onderzoek kon concluderen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestond.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister werden vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.