ECLI:NL:RVS:2026:2999
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis visumaanvraag
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 17 januari 2023 een aanvraag voor een faciliterend visum af. Betrokkene maakte bezwaar, dat op 24 juni 2025 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond op 16 april 2026, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand zou blijven en gaf daarom de voorlopige voorziening toe. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.