Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:3006

Raad van State

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
202203982/3/R4
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning van staatsraad wegens eerdere advisering partij

In deze zaak heeft staatsraad H.J.M. Besselink, voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202203982/1/R4, op 26 mei 2026 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan omdat hij in zijn vorige functie als advocaat één van de partijen in het geschil heeft geadviseerd over een rechtsvraag die in de huidige zaak aan de orde kan komen.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de bepalingen omtrent wraking in artikel 8:15 Awb Pro. Gezien de motivering acht de Afdeling het verzoek tot verschoning gerechtvaardigd om iedere schijn van vooringenomenheid te voorkomen.

De Afdeling heeft het verzoek dan ook toegewezen. De beslissing is genomen door voorzitter E.A. Minderhoud en leden E.J. Daalder en M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier S.M.W. van Ewijk, en uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van staatsraad Besselink wordt toegewezen om schijn van vooringenomenheid te voorkomen.

Uitspraak

202203982/3/R4.
Datum beslissing: 27 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht: hierna: Awb) van:
mr. H.J.M. Besselink
Procesverloop
Ten aanzien van zaak nr. 202203982/1/R4, die op 29 mei 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 26 mei 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.
Overwegingen
1.       Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk Pro van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.
In artikel 8:15 is Pro bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.       De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat hij in zijn vorige functie als advocaat één van de partijen in het geschil heeft geadviseerd over een rechtsvraag die in het bovengenoemde zaak nr. aan de orde kan komen. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.
3.       De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.
4.       Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek toe.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, mr. E.J. Daalder en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Van Ewijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026
867