ECLI:NL:RVS:2026:3006
Raad van State
- Verschoning
- E.A. Minderhoud
- E.J. Daalder
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van staatsraad wegens eerdere advisering partij
In deze zaak heeft staatsraad H.J.M. Besselink, voorzitter van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202203982/1/R4, op 26 mei 2026 verzocht zich te mogen verschonen. Dit verzoek werd gedaan omdat hij in zijn vorige functie als advocaat één van de partijen in het geschil heeft geadviseerd over een rechtsvraag die in de huidige zaak aan de orde kan komen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de bepalingen omtrent wraking in artikel 8:15 Awb Pro. Gezien de motivering acht de Afdeling het verzoek tot verschoning gerechtvaardigd om iedere schijn van vooringenomenheid te voorkomen.
De Afdeling heeft het verzoek dan ook toegewezen. De beslissing is genomen door voorzitter E.A. Minderhoud en leden E.J. Daalder en M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier S.M.W. van Ewijk, en uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van staatsraad Besselink wordt toegewezen om schijn van vooringenomenheid te voorkomen.