ECLI:NL:RVS:2026:3047
Raad van State
- Hoger beroep
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning antennemast in strijd met bestemmingsplan en welstand
Op 26 augustus 2021 vroeg appellant een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een antennemast in zijn achtertuin, terwijl de mast toen al geplaatst was. Het college maakte op 25 november 2021 bekend dat de vergunning van rechtswege was verleend wegens het niet tijdig beslissen. Na bezwaar van een buurvrouw herroept het college de vergunning op 29 april 2022 en weigert alsnog de vergunning, omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en redelijke eisen van welstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college de vergunning mocht weigeren. Appellant stelde dat het college het gelijkheidsbeginsel had geschonden omdat elders in de gemeente antennemasten zonder vergunning stonden. De Raad van State oordeelde dat deze gevallen niet vergelijkbaar zijn omdat die antennemasten zonder vergunning zijn geplaatst en appellant geen concrete gevallen noemde waarin vergunningen waren verleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden. De Wabo zoals die gold vóór 1 januari 2024 is van toepassing vanwege de datum van de aanvraag.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; weigering omgevingsvergunning bevestigd wegens strijd met bestemmingsplan en welstand.