ECLI:NL:RVS:2026:305

Raad van State

Datum uitspraak
22 januari 2026
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
BRS.25.002762
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na hoger beroep

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 december 2025 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.

Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, verwijzend naar een eerdere uitspraak van 11 december 2025.

De Afdeling zag ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring wordt bevestigd.

Uitspraak

BRS.25.002762
Datum uitspraak: 22 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 31 december 2025 in zaak nr. NL25.62782 in het geding tussen:
appellant
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.
Bij uitspraak van 31 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. G.A. Dorsman, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.        Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 11 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5943, onder 4 tot en met 7.4, over de vraag wanneer de onrechtmatigheid van een eerdere maatregel van bewaring doorwerkt in een opvolgende maatregel van bewaring). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.        De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Meurs-Heuvel
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2026
47-1111