ECLI:NL:RVS:2026:3077
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde dit beroep op 23 december 2025 ongegrond omdat de minister toen nog geen besluit had genomen.
In hoger beroep stelt appellant dat het niet tijdig nemen van het besluit onrechtmatig is, maar de minister heeft op 9 april 2026 alsnog een besluit genomen, waarbij de aanvraag is afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit daardoor niet-ontvankelijk is geworden.
De Afdeling veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant en verwijst het beroep tegen het besluit van 9 april 2026 naar de rechtbank Den Haag, die gespecialiseerd is in asielzaken en waartegen hoger beroep openstaat. Hiermee wordt de juiste procedurele route gewaarborgd en wordt recht gedaan aan de wettelijke functies van de bestuursrechterlijke instanties.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het latere besluit is verwezen naar de rechtbank Den Haag.