ECLI:NL:RVS:2026:3086
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluiten van 27 november 2024 en 23 april 2025 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat uit de landeninformatie over Iran geen eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. Hierdoor kon de minister zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat appellant geen gegronde vrees voor vervolging heeft. Het betoog van appellant over het risico dat hij loopt door zijn afvalligheid en atheïsme bij terugkeer naar Iran, slaagt.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister. De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Verder veroordeelt de Afdeling de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.