ECLI:NL:RVS:2026:3092
Raad van State
- Wraking
- J.Th. Drop
- A.B. Blomberg
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking Raad van State als geheel niet-ontvankelijk verklaard
Tijdens de zitting op 13 mei 2026 verzocht de verzoeker om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems, voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak, in een lopende zaak. De verzoeker bevestigde dat het wrakingsverzoek feitelijk gericht was tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als geheel.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedoeld is om de rechterlijke onpartijdigheid te waarborgen en dat een wrakingsgrond moet berusten op feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van een individuele staatsraad. Een wrakingsverzoek kan niet worden gericht tegen het gehele college als zodanig.
Gezien de strekking van het verzoek, dat zich richtte tegen de Raad van State als geheel, werd het verzoek niet aangemerkt als een geldig wrakingsverzoek in de zin van de wet. Daarom werd het verzoek om wraking buiten behandeling gelaten bij mondelinge beslissing van 26 mei 2026.
De wrakingskamer, bestaande uit voorzitter mr. J.Th. Drop en leden mr. A.B. Blomberg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, handhaafde hiermee de eis dat wraking alleen kan worden ingesteld tegen individuele rechters en niet tegen het gehele college.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de gehele Raad van State werd niet-ontvankelijk verklaard en buiten behandeling gelaten.