ECLI:NL:RVS:2026:3103
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen mededeling deken over minnelijke regeling klacht advocaat
Appellant diende op 17 september 2022 een klacht in bij de deken van de orde van advocaten Overijssel tegen een advocaat. De deken concludeerde na onderzoek op 6 april 2023 dat de klacht ongegrond was en wees appellant erop dat hij de klacht naar de Raad van Discipline kon doorzenden, mits betaling van griffierecht.
Appellant stelde dat de deken verplicht was om een minnelijke regeling te beproeven en dat ten minste twee initiatieven daartoe genomen moesten worden. De deken gaf op 21 april 2023 aan dat geen aanleiding bestond voor een minnelijke regeling, waarna appellant beroep instelde tegen deze mededeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en niet-ontvankelijk omdat de e-mail van de deken geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en appellant misbruik van recht maakte door beroep in te stellen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat tegen dergelijke mededelingen geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de deken hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de mededeling van de deken is niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.