ECLI:NL:RVS:2026:3108
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, die door de minister van Asiel en Migratie op 15 april 2026 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 22 mei 2026 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om zijn uitzetting op 29 mei 2026 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overweegt dat de hogerberoepstermijn nog niet is verstreken en dat daarom een voorlopige voorziening passend is. De uitzetting wordt geschorst totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2026. De minister kan deze voorlopige voorziening ambtshalve wijzigen of opheffen voordat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.