ECLI:NL:RVS:2026:3115
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek naar vervolgingsrisico
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie op 22 januari 2025 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 7 oktober 2025. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderzocht of appellant, vanwege haar afvalligheid en atheïstische overtuigingen, een gegronde vrees voor vervolging in Iran heeft. Uit de landeninformatie bleek geen eenduidig beeld over de situatie van afvalligen en atheïsten, waardoor nader onderzoek noodzakelijk was. Het betoog van appellant over het risico bij terugkeer werd gegrond bevonden.
De Afdeling vernietigde daarom zowel het besluit van de minister als de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Prejudiciële vragen werden niet gesteld, omdat deze niet nodig waren voor de beslissing.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.