ECLI:NL:RVS:2026:3128
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring door minister en rechtbank
Appellant is bij besluit van 27 maart 2026 door de minister van Asiel en Migratie in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 april 2026 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en oordeelt dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Ook zijn er geen relevante vragen over Unierecht aan de orde.
De Afdeling ziet geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vreemdelingenbewaring en verklaart het hoger beroep ongegrond.