ECLI:NL:RVS:2026:3155
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek risico vervolging
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 21 mei 2024 is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 9 oktober 2024. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat uit de landeninformatie over Iran een eenduidig beeld volgt over de situatie van afvalligen en atheïsten. Dit geldt ook voor vreemdelingen die deze overtuigingen terughoudend uiten. De minister kan zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat er geen gegronde vrees voor vervolging bestaat.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 21 mei 2024. De minister dient een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.