ECLI:NL:RVS:2026:3162
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invordering dwangsom voor overtreden last vullen gasflessen
Het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel legde [appellant] dwangsommen op wegens het niet naleven van twee lasten: het beperken van gasflessen buiten opslag en het staken van activiteiten met betrekking tot het vullen van gasflessen. Na controle op 24 oktober 2022 constateerde het college overtredingen en besloot tot invordering van € 9.000,00 aan dwangsommen.
[Appellant] betwistte de invordering en stelde dat de gasflessen buiten stonden voor transport en dat de apparatuur voor het vullen van gasflessen alleen voor onderhoud ter plaatse was en bovendien was afgekoppeld. De rechtbank oordeelde dat niet aan de lasten was voldaan en verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de flessen inderdaad buiten opslag stonden en dat last 1 niet is nageleefd. Ten aanzien van last 2 oordeelt de Afdeling echter dat het enkele feit dat de apparatuur aanwezig was onvoldoende is om te concluderen dat de last niet is nageleefd, omdat de apparatuur was afgekoppeld. Daarom vernietigt de Afdeling het deel van de uitspraak en besluiten die zien op de invordering van de dwangsom voor last 2 en verklaart het hoger beroep gegrond.
De Afdeling bepaalt dat het college de dwangsom voor last 2 niet mag invorderen en vergoedt het betaalde griffierecht aan [appellant]. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De invordering van de dwangsom voor het staken van activiteiten met betrekking tot het vullen van gasflessen wordt vernietigd omdat de apparatuur was afgekoppeld.