ECLI:NL:RVS:2026:3177
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Alcoholwetvergunning wegens onjuiste opgave leidinggevende in horecabedrijf
De burgemeester van Breda trok op 19 juni 2024 de Alcoholwetvergunning van de exploitant van een horecabedrijf per direct in, omdat de feitelijke situatie niet overeenkwam met de aanvraag. De echtgenoot van de exploitant trad feitelijk op als leidinggevende, terwijl hij niet was opgegeven vanwege zijn slechte levensgedrag. De rechtbank verklaarde het beroep van de exploitant gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit.
De burgemeester ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de burgemeester voldoende aannemelijk had gemaakt dat bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens waren verstrekt. De echtgenoot was al vóór de vergunningverlening betrokken als leidinggevende en werd herhaaldelijk aangetroffen zonder een officiële leidinggevende aanwezig te zijn. De weigering om hem bij te schrijven was gebaseerd op zijn slechte levensgedrag.
De Raad van State stelde vast dat de intrekking terecht was en dat de burgemeester geen misbruik van bevoegdheid had gemaakt. Het hoger beroep van de burgemeester werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de exploitant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de Alcoholwetvergunning is terecht omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt over de leidinggevende in het horecabedrijf.