ECLI:NL:RVS:2026:3191
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing inschrijving vanwege ontbreken overname referentschap en rechtmatig verblijf
Appellant, afkomstig uit Iran, diende op 24 juni 2025 een verzoek in voor inschrijving aan de Hogeschool Rotterdam voor het studiejaar 2025-2026. Hij was eerder ingeschreven bij Hogeschool Wittenborg, die als referent optrad voor zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking voor studie. Het college van bestuur van Hogeschool Rotterdam wees het verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de inschrijfvoorwaarden, met name omdat hij de benodigde informatie voor overname van het referentschap niet aanleverde.
De Hogeschool Wittenborg had appellant afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), waardoor hij niet langer rechtmatig verblijf kon aantonen. Appellant voerde aan dat hij rechtmatig verblijf had zolang de IND zijn verblijfsvergunning niet had ingetrokken en dat het college ten onrechte niet had geprobeerd het referentschap over te nemen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verblijfsrecht gekoppeld is aan een erkend referent en dat de nieuwe onderwijsinstelling zich binnen vier weken als referent moet melden bij de IND. Omdat appellant geen toestemming gaf voor overname van het referentschap, kon de Hogeschool Rotterdam dit niet doen.
De Afdeling stelde vast dat appellant daardoor niet voldeed aan de wettelijke inschrijfvoorwaarden en dat de hardheidsclausule niet van toepassing was omdat de inschrijfvoorwaarden overeenkomen met wettelijke bepalingen. Ook kon de toepassing van de wet niet worden getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de inschrijving wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet voldeed aan de inschrijfvoorwaarden omtrent rechtmatig verblijf en overname referentschap.