ECLI:NL:RVS:2026:3197
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening bestemmingsplan Maastricht-West wegens handhaving detailhandelsstructuur
Appellante, mede-eigenaar van een perceel in Maastricht, verzocht om herziening van het bestemmingsplan Maastricht-West om de vestiging van andere detailhandelsbedrijven dan meubels toe te staan. De gemeenteraad wees dit verzoek af op grond van het gemeentelijk en provinciaal detailhandelsbeleid dat brancheverruiming buiten de detailhandelshoofdstructuur tegenhoudt.
Appellante stelde dat de beperking tot meubelhandel in strijd is met de Dienstenrichtlijn, met name artikel 15, omdat de noodzakelijkheid en evenredigheid van deze eis niet zijn aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak toetste deze bezwaren en concludeerde dat de beperking een gerechtvaardigde dwingende reden van algemeen belang dient, namelijk de bescherming van het stedelijk milieu en de detailhandelshoofdstructuur.
De Afdeling oordeelde dat de raad voldoende heeft gemotiveerd dat de beperking noodzakelijk is en dat het beleid gericht is op zorgvuldig ruimtegebruik, bereikbaarheid, bundeling en leefbaarheid. Ook is de beperking evenredig, omdat zij geschikt is om het doel te bereiken, niet verder gaat dan nodig is en er geen minder ingrijpende maatregelen zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan Maastricht-West wordt ongegrond verklaard.