ECLI:NL:RVS:2026:3201
Raad van State
- Verzet
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appelverbod in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van opposant tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek om te interveniëren in de gebrekkige nakoming van Richtlijn 2002/8/EG door de Duitse overheid. Opposant heeft hiertegen verzet ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 8 oktober 2025 het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank van 25 juni 2025 onbevoegd verklaard, omdat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Opposant stelde dat het appelverbod doorbroken moest worden wegens schending van fundamentele rechtsbeginselen en belangenverstrengeling, maar deze stellingen werden niet aannemelijk gemaakt.
Bij de behandeling van het verzet op 11 maart 2026 heeft de Afdeling geoordeeld dat het verzet geen nieuwe feiten of argumenten bevat die het appelverbod kunnen doorbreken. Er is geen sprake van schending van het recht op een eerlijk proces. Het verzet is daarom ongegrond verklaard en het hoger beroep wordt niet inhoudelijk behandeld. De proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep is ongegrond verklaard, waarmee het appelverbod bevestigd blijft.