ECLI:NL:RVS:2026:3203
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Hoekstra
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen brief minister over rechtsbijstandverlening
Appellant verzocht de minister van Justitie en Veiligheid om hulp bij het verkrijgen van rechtstoegankelijkheid en functionerende rechtsbijstandverlening. De minister reageerde met een brief waarin werd aangegeven dat toekomstige brieven over dit onderwerp niet meer beantwoord zouden worden. Hiertegen maakte appellant bezwaar, waarop de minister niet tijdig besliste. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk.
Appellant stelde hoger beroep in en voerde aan dat de minister wel bevoegd zou moeten zijn om in te grijpen in individuele gevallen en dat hem een dwangsom toekwam wegens het niet tijdig beslissen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van de minister geen besluit in de zin van de Awb is en dat het bezwaar daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om een dwangsom af, omdat bij kennelijke niet-ontvankelijkheid geen dwangsom verschuldigd is. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de brief van de minister is kennelijk niet-ontvankelijk.