ECLI:NL:RVS:2026:3227
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 31 maart 2026 besloten een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 april 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen acht weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tegelijkertijd de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep van de minister heeft beslist, er geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 934,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist.