ECLI:NL:RVS:2026:3272
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van nihilstelling en terugvordering huurtoeslag op grond van te hoog vermogen
Het hoger beroep betreft de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 juni 2025, waarin de beroepen van appellant tegen besluiten van de Dienst Toeslagen uit 2023 ongegrond zijn verklaard. De Dienst Toeslagen had de huurtoeslag over de jaren 2021 en 2022 vastgesteld op nul en het teveel betaalde voorschot met rente teruggevorderd, omdat uit de Basisregistratie Inkomen bleek dat het vermogen van appellant boven de wettelijke grens lag.
De rechtbank oordeelde dat de Dienst Toeslagen op goede gronden de huurtoeslag op nihil had gesteld, aangezien er geen wettelijke uitzondering geldt voor de situatie van appellant. De rechtbank kon de besluiten niet toetsen aan algemene rechtsbeginselen omdat de omstandigheden door de wetgever waren betrokken in de wettelijke regeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderschrijft dit oordeel en wijst het hoger beroep af. De rechter mag niet treden in de belangenafweging die de wetgever bij de totstandkoming van de wet heeft gemaakt. De terugvordering wordt niet gematigd en de Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huurtoeslag blijft gehandhaafd.