Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2026:3312

Raad van State

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
9 juni 2026
Zaaknummer
202500374/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 DwwArt. 8 Dww
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing handhavingsverzoek tegen illegale drinkwaterlevering via collectief leidingnet

Appellant is eigenaar van een woning in Dirkshorn en wenst een directe drinkwateraansluiting van PWN, het drinkwaterbedrijf van Noord-Holland. Omdat PWN dit niet wil leveren, verzocht appellant de minister om handhavend op te treden tegen Lecc wegens illegale doorlevering van drinkwater.

De minister wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze beslissing in een uitspraak van december 2024. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat het drinkwater via het collectieve leidingnet van Lecc legaal is en dat de uitzondering in artikel 4 van Pro de Drinkwaterwet van toepassing blijft, ook bij permanente bewoning. Verder kent de Drinkwaterwet geen aansluitplicht, alleen een aanbodplicht, waardoor het beleid van PWN om geen eigen aansluitingen in bungalowparken te geven niet onrechtmatig is.

Daarnaast was appellant niet in staat om aan te tonen dat het geleverde drinkwater ondeugdelijk was; de legionella risicoanalyse en het beheersplan toonden geen afwijkingen. De minister hoefde daarom niet te handhaven. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft niet handhavend op te treden tegen Lecc.

Uitspraak

202500374/1/A3.
Datum uitspraak: 3 juni 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 24 december 2024 in zaak nr. 23/551 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Infrastructuur en Waterstaat.
Openbare zitting gehouden op 3 juni 2026 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. N. Verheij, voorzitter
Staatsraad mr. M.C. Stoové, lid
Staatsraad mr. J.A.W. Huijben, lid
griffier: mr. A.G.L. Soetens
Verschenen:
[appellant];
de minister, vertegenwoordigd door mr. K. Ulmer, vergezeld door G.C. Kuiperij;
Lecc Exploitatie De Horn B.V. (Lecc), vertegenwoordigd door M.P.J. Limmen.
[appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Dirkshorn. Hij wil naar zijn woning een directe drinkwateraansluiting van Puur Water en Natuur (PWN), het drinkwaterbedrijf van de provincie Noord-Holland. Omdat PWN hem de gewenste drinkwateraansluiting niet wil geven, heeft [appellant] de minister verzocht om handhavend op te treden tegen Lecc wegens het illegaal doorleveren van drinkwater.
Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13931, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Beslissing:
De Afdeling
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
•       [appellant] ontvangt drinkwater via een collectief leidingnet van Lecc. Dat [appellant] permanent in zijn woning woont, betekent niet dat de uitzondering van het verbod op het distribueren van drinkwater van artikel 4, aanhef en onder a, onderdeel 3, van de Drinkwaterwet (Dww) niet meer van toepassing is. Er is dus geen overtreding van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dww.
•       Daarnaast kent artikel 8, eerste lid, van de Dww geen aansluitplicht, maar alleen een plicht om aan degene die daarom verzoekt, een aanbod te doen om hem te voorzien van een aansluiting op het door het drinkwaterbedrijf beheerde leidingnet. Het beleid van PWN om geen eigen aansluitingen in bungalowparken te geven is daarom niet in strijd met de Dww.
•       [appellant] heeft niet onderbouwd dat het aan hem geleverde drinkwater niet deugdelijk is. De conclusie van de legionella risicoanalyse en het beheersplan is dat er geen afwijkingen zijn. [appellant] stelt daar niets tegenover. De minister hoefde daarom niet te handhaven.
•       De rechtbank heeft dus op goede gronden een juiste beslissing gegeven. Het hoger beroep is ongegrond.
w.g. Verheij
voorzitter
w.g. Soetens
griffier
1072