ECLI:NL:RVS:2026:3316
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure
Verzoeker heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 28 augustus 2025 is afgewezen met een terugkeerbesluit om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.
De rechtbank Den Haag heeft op 31 maart 2026 het beroep van verzoeker gegrond verklaard voor zover het terugkeerbesluit betreft en dit vernietigd. De minister en verzoeker hebben hiertegen hoger beroep ingesteld. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat nader onderzoek nodig is voor de beoordeling van de grieven en heeft daarom de voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.