ECLI:NL:RVS:2026:3338
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam over een exploitatievergunning en een handhavingsverzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder op het hoger beroep beslist, maar had nagelaten te beslissen over het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling stelt vast dat de totale procedure, bestaande uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties, in beginsel binnen vier jaar moet worden afgerond. De termijn begon op 15 januari 2022 bij ontvangst van het bezwaarschrift tegen de exploitatievergunning. De procedure eindigde op 29 april 2026, waardoor de termijn voor de exploitatievergunning met iets meer dan drie maanden werd overschreden.
De procedure over het handhavingsverzoek bleef binnen de redelijke termijn. De Afdeling kent daarom een schadevergoeding toe van € 500,00, waarvan € 125,00 door de burgemeester van Amsterdam en € 375,00 door de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) moet worden betaald. Proceskosten worden niet vergoed.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelt burgemeester en Staat tot betaling.