ECLI:NL:RVS:2026:3347
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- V.V. Essenburg
- J. Luijendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgevingsvergunning na Bibob-onderzoek wegens ernstig gevaar strafbare feiten
Appellante heeft op 13 november 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor diverse activiteiten, waaronder bouwen en het verrichten van werkzaamheden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het college van Gedeputeerde Staten startte een Bibob-onderzoek en vroeg het Landelijk Bureau Bibob om advies. Op basis van het advies van 31 januari 2022 wees het college de vergunning af wegens ernstig gevaar dat de vergunning mede zal worden gebruikt voor strafbare feiten (de b-grond).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde de afwijzing. Appellante stelde in hoger beroep dat er geen relevante antecedenten zijn en dat een eerdere vergunning bij het waterschap wel was verleend. De Raad van State oordeelde dat de gronden in hoger beroep grotendeels een herhaling waren van eerdere bezwaren, die door de rechtbank gemotiveerd waren beoordeeld.
Daarnaast stelde appellante dat de redelijke termijn was overschreden, maar de Raad van State stelde vast dat de redelijke termijn van vier jaar niet was overschreden, aangezien deze termijn startte op 14 juli 2022, de datum van het indienen van het beroepschrift. Het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd daarom afgewezen.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding door het college afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de omgevingsvergunning en wijst het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding af.