ECLI:NL:RVS:2026:3351
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. den Ouden
- J. M. Willems
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen besluit woning niet te versterken in aardbevingsgebied Groningen
De eigenaren van een vrijstaande woning in het aardbevingsgebied Groningen maakten bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris dat hun woning niet versterkt hoeft te worden. De woning is onderzocht door een deskundige op basis van de Tijdelijke wet Groningen en de NPR 9998:2020, waarbij werd vastgesteld dat de piekgrondversnelling zeer laag is en de woning voldoet aan de veiligheidsnorm.
De eigenaren stelden dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid, dat relevante gegevens ontbraken en dat de minister het gelijkheidsbeginsel had geschonden. Ook voerden zij aan dat het besluit onbevoegd was genomen. De Raad van State oordeelde dat het besluit bevoegd was genomen door een gemandateerde functionaris en dat de minister het beoordelingskader van de NPR juist had toegepast.
De Raad van State vond geen aanleiding om af te wijken van het advies van de deskundige en verwierp de stellingen over onvolledigheden en onjuistheden in het onderzoek. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat de beoordelingsmethoden in de tijd zijn aangepast. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit dat de woning niet versterkt hoeft te worden is ongegrond verklaard.