ECLI:NL:RVS:2026:3354
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vaststelling bestemmingsplan woningbouw in beekdal nabij Westerbork
De gemeente Midden-Drenthe weigerde op 29 februari 2024 het bestemmingsplan vast te stellen dat voorzag in de bouw van twee vrijstaande woningen op een perceel in het buitengebied nabij Westerbork. Het perceel ligt deels in het beekdal en nabij de Westerborkerstroom, gebieden die volgens de gemeente ongeschikt zijn voor woningbouw vanwege landschappelijke en verkeerskundige bezwaren.
Appellanten stelden dat het plan wel in overeenstemming was met de woningbehoefte uit de Woonvisie 2023-2027 en dat de locatie niet daadwerkelijk in het beekdal lag. Ook voerden zij aan dat de gemeente het vertrouwensbeginsel had geschonden door eerder positieve signalen te geven over het plan.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gemeente terecht het plan weigerde vanwege de onwenselijkheid van woningbouw in het beekdal en nabij de Westerborkerstroom. De motivering van de gemeente was voldoende en de gebiedsaanwijzing uit de Omgevingsverordening was niet willekeurig. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen van de gemeente waren gedaan die recht gaven op vaststelling van het plan.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de gemeente hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot vaststelling van het bestemmingsplan voor woningbouw nabij Westerbork wordt ongegrond verklaard.