ECLI:NL:RVS:2026:3358
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan Blaricum
Het college van burgemeester en wethouders van Blaricum verleende op 1 juni 2021 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een aan- en opbouw aan een woning in afwijking van het bestemmingsplan "Kom Beschermd Dorpsgezicht". De naastgelegen eigenaar, [wederpartij], maakte bezwaar tegen deze vergunning. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat het college beleidsruimte heeft bij het afwijken van het bestemmingsplan, maar dat de bestuursrechter alleen toetst aan het recht en niet aan de ruimtelijke ordening zelf. Het college stelde dat strikte toepassing van het bestemmingsplan tot een onredelijke situatie leidt, waardoor de hardheidsclausule toegepast zou moeten worden. De Raad van State volgde dit niet en bevestigde dat geen sprake is van een zeer onredelijke of ongewenste situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt.
Daarnaast stelde het college dat vergelijkbare gevallen vergunning kregen op basis van de hardheidsclausule en dat het gelijkheidsbeginsel toepassing vereist. De Raad van State verwierp dit betoog omdat het bestuursorgaan geen fouten hoeft te herhalen. Het incidenteel hoger beroep van [wederpartij] werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen gronden tegen de uitspraak van de rechtbank werden aangevoerd en de erven geen procesbelang hadden na verkoop van de woning.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de erven niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de omgevingsvergunning en verklaart het beroep van de erven niet-ontvankelijk.